Wat kost een taxi per kilometer? Zo is de prijs opgebouwd
Wat kost een taxi per kilometer? Die vraag heeft geen bedrag als antwoord, maar wel een systeem. In Nederland geldt een wettelijk maximumtarief dat uit drie onderdelen bestaat, en dat maximum geldt lang niet bij elke rit. Hieronder leest u hoe een taxiprijs is opgebouwd, wanneer de meter aangaat en wanneer niet, en welke gegevens een vervoerder nodig heeft om u vooraf een prijs te kunnen noemen.
Het wettelijke maximumtarief bestaat uit drie bedragen
Een taxiprijs op de meter is altijd een optelsom van drie dingen: een vast starttarief, een bedrag per gereden kilometer en een bedrag per minuut. Die laatste loopt gewoon door als u stilstaat voor een brug of in de spits. De overheid legt per 1 januari vast hoe hoog die drie bedragen maximaal mogen zijn, en indexeert ze jaarlijks — voor 2026 met 3,86 procent.
Dit zijn de maxima die per 1 januari 2026 gelden, volgens de Regeling maximumtarief en bekendmaking tarieven taxivervoer:
| Onderdeel | Personenauto (1 t/m 4 passagiers) | Busje (5 t/m 8 passagiers) of rolstoelvervoer |
|---|---|---|
| Starttarief | € 4,31 | € 8,77 |
| Per kilometer | € 3,17 | € 4,00 |
| Per minuut | € 0,52 | € 0,59 |
Daarnaast kent de regeling een maximaal wachttarief van € 59,41 per uur (2026). Let op het woord maximaal. Dit zijn plafonds, geen prijslijst: een vervoerder mag er altijd onder gaan zitten, en in de praktijk gebeurt dat ook. Omdat de bedragen elk jaar veranderen, is het verstandig om ze na te kijken bij de Rijksoverheid op wetten.overheid.nl in plaats van af te gaan op een tabel die ergens op internet blijft staan.
Waarom dat maximum bij de meeste ritten niet geldt
Hier gaat vrijwel elk artikel over taxitarieven de mist in. Het maximumtarief hoort bij de opstapmarkt: een taxi die u op straat aanhoudt of waar u op een standplaats instapt. Daar heeft u geen onderhandelingspositie, dus beschermt de wet u met een plafond.
De meeste ritten vallen daar niet onder. De Inspectie Leefomgeving en Transport schat de Nederlandse taximarkt in haar marktbeeld op ongeveer 80 procent contractvervoer, 16 procent bel- en bestelmarkt en 4 procent opstapmarkt. Van de ritten die mensen zelf boeken, wordt het overgrote deel dus vooraf besteld — en daar is het maximumtarief niet de maatstaf.
Wat geldt er dan wel? Bij een rit die u vooraf bestelt, mag een vervoerder volgens de ILT méér vragen dan het maximumtarief — juist omdat u de prijs dan van tevoren hoort en zelf kunt beslissen. Contractvervoer, zoals ritten die via een gemeente of zorgverzekeraar lopen, valt eveneens buiten de maxima; daar is de prijs onderdeel van een aanbesteding. De bescherming zit hem bij een bestelde rit dus niet in een plafond, maar in transparantie vooraf.
Op de meter of een vaste prijs: wie draagt het risico?
Het verschil tussen een rit op de meter en een vooraf afgesproken prijs is eigenlijk een verdeling van risico.
Rijdt u op de meter, dan betaalt u wat de rit werkelijk kost aan kilometers en minuten. Staat het vast op de A12, dan loopt het minuuttarief door en betaalt u dat. Dat is eerlijk in de zin dat u precies afrekent wat er gebeurd is, maar u weet de eindprijs pas bij aankomst — niet handig als u een budget heeft of de rit moet declareren.
Bij een vaste prijs is het andersom. U hoort het bedrag voordat u boekt en dat verandert niet meer, ook niet als de chauffeur moet omrijden. Het risico van een tegenvallende rit ligt dan bij de vervoerder, en die rekent daar uiteraard een marge voor. Op een drukke ochtend wint u daarmee; op een lege zondagmiddag had de meter u mogelijk minder gekost. Wat u er altijd voor terugkrijgt, is zekerheid. Bij ons weet u de prijs vóór u instapt, en u kunt zelf een richtprijs berekenen voordat u belt.
Een taxameter is overigens verplicht, ook wanneer er een vaste prijs is afgesproken: hij mag dan op nultarief meedraaien. Alleen vervoerders die aantoonbaar uitsluitend ritten met een vooraf vaste prijs rijden, mogen zonder. Dat schrijft de ILT voor.
Waarom een luchthavenrit vrijwel altijd een vast tarief heeft
Een rit naar Schiphol is het schoolvoorbeeld van een rit die zich leent voor een vaste prijs. De afstand staat vast, het vertrekadres is bekend, en de vervoerder weet precies hoeveel tijd hij kwijt is — inclusief de terugweg, want na het afzetten rijdt de auto meestal leeg terug. Dat is allemaal vooraf te berekenen.
Wat daarbij meespeelt: op een vroege ochtend is een rit naar de luchthaven iets heel anders dan om elf uur ’s ochtends. Een vaste prijs die vooraf is afgesproken, vangt dat verschil op zonder dat u er bij vertrek nog over hoeft na te denken. Wij spreken voor luchthavenvervoer daarom vooraf een vast tarief af dat afhangt van uw vertrekadres — ook bij file of omleidingen blijft dat staan. Wilt u weten of een taxi in uw situatie de slimste keuze is, dan helpt onze post over een taxi naar Schiphol of zelf parkeren u aan de rekensom.
Welke wagen er voorrijdt, telt mee in de prijs
De wet maakt al onderscheid tussen een personenauto en een auto die is ingericht voor vijf tot en met acht personen. Dat tweede, hogere maximum geldt alleen als er ook werkelijk ten minste vijf passagiers meerijden, of als het om rolstoelvervoer gaat. Reist u met z’n drieën in een busje, dan valt die rit onder het lagere maximum van de personenauto.
In de praktijk werkt het bij een bestelde rit net zo: hoe groter de wagen, hoe hoger de kostprijs per kilometer. Een sedan rijdt zuiniger dan een achtpersoonsbus, en een rolstoeltaxi met lift is een speciaal ingericht voertuig. Daarom bepaalt niet alleen het aantal personen welke wagen voorrijdt, maar ook de bagage: drie passagiers met elk een grote koffer passen niet meer comfortabel in een sedan. Wat er precies mee kan, zetten we op een rij in wat er mee mag in de taxi; de volledige capaciteiten staan op ons wagenpark.
Voor een gezelschap is dat overigens vaak goed nieuws. Eén busje is doorgaans voordeliger dan twee losse taxi’s, en u reist samen.
Wat er verder in een prijs kan zitten
Afstand en tijd zijn de grootste factoren, maar niet de enige. Dit zijn de zaken waar het verschil vandaan komt als twee ritten van dezelfde lengte toch anders uitpakken:
- Het tijdstip. Een rit midden in de ochtendspits kost meer tijd dan dezelfde rit op zondag. Bij een rit op de meter ziet u dat direct terug; bij een vaste prijs zit het er al in verwerkt.
- Wachttijd. Moet de chauffeur wachten, bijvoorbeeld bij een afspraak die uitloopt, dan telt dat mee. De wet kent daar in de opstapmarkt een maximaal uurtarief voor (zie hierboven).
- De aanrijroute en de leegrit. Een vervoerder moet ergens vandaan komen en gaat daarna ergens heen. Bij een eenmalige rit naar een afgelegen bestemming weegt dat zwaarder dan bij een rit binnen de eigen regio.
- Heen én terug. Een retourrit die dezelfde dag valt, is meestal gunstiger dan twee losse ritten, omdat de planning er beter mee uit de voeten kan.
- Doorberekende kosten. Tol, veerponten of parkeerkosten op een locatie zijn echte kosten. Vraag bij het boeken of ze in het bedrag zitten, zodat u niet achteraf voor een verrassing staat.
Nog iets wat zelden genoemd wordt: taxivervoer per auto valt volgens de Belastingdienst onder het btw-tarief van 9 procent. Als particulier ziet u dat niet apart, want u krijgt een prijs inclusief btw. Reist u zakelijk, dan is het handig om te weten dat het bedrag op uw factuur dat tarief volgt.
Als een regeling de rit betaalt, ziet de prijs er anders uit
Rijdt u met zittend ziekenvervoer, via de Wmo-regiotaxi of met Valys, dan speelt het maximumtarief voor u geen rol. Die ritten zijn contractvervoer: de prijs is afgesproken tussen de vervoerder en de gemeente of de zorgverzekeraar. Wat u zelf betaalt, is geen ritprijs maar een eigen bijdrage of een tarief per kilometer binnen de regeling — en dat verschilt per gemeente, verzekeraar en polis.
Dat verklaart meteen waarom mensen soms schrikken van het verschil. Een rit die via een regeling loopt en een rit die u particulier boekt, zijn financieel twee verschillende werelden, ook als het dezelfde chauffeur en dezelfde bus is. In wordt uw taxi naar het ziekenhuis vergoed leggen we uit wanneer u recht heeft op vergoeding, en in regiotaxi, Valys of zelf regelen welke regeling waarvoor bedoeld is. Twijfelt u over uw eigen situatie, vraag het dan na bij uw gemeente of zorgverzekeraar — zij bepalen wat er onder uw indicatie valt.
Wat u na afloop hoort te krijgen
Na de rit moet de chauffeur u een ritbewijs aanbieden, zegt de ILT. Bij een vooraf bestelde rit mag dat ook digitaal, per e-mail of via een app. Op zo’n ritbon staat onder meer het vergunningnummer van de taxionderneming. Bewaar hem als u de rit moet declareren of als er iets niet klopt: zonder bon valt een rit achteraf nauwelijks na te gaan.
Wat wij nodig hebben om u vooraf een prijs te noemen
Hoe concreter uw aanvraag, hoe preciezer de prijs. Met deze gegevens kunnen we er meteen een noemen:
- Vertrekadres en bestemming — straat en plaats, niet alleen de plaatsnaam. Een paar kilometer verschil telt mee.
- Datum en ophaaltijd, en of er een retourrit bij hoort.
- Het aantal personen, zodat we de juiste wagen kiezen.
- Het aantal grote koffers. Dit bepaalt vaker dan u denkt welke wagen er voorrijdt.
- Bijzonderheden: een rolstoel of scootmobiel, een kinderzitje, een vlucht met vluchtnummer, of een adres dat lastig te bereiken is.
Vult u dat in de prijscalculator in, dan ziet u direct een richtprijs met de passende wagen erbij. Voor rolstoelvervoer en grotere gezelschappen rekenen we liever persoonlijk: vraag dan een offerte aan of bel ons even. En wilt u gewoon weten wat een rit kost zonder formulieren, dan hoort u dat aan de telefoon van iemand die de regio kent. Geen callcenter, maar een bekende stem.
Het maximumtarief vertelt u hoe een taxiprijs in elkaar zit — starttarief, kilometers, minuten — maar het is geen prijslijst, en het geldt alleen bij een taxi die u ter plekke instapt. Boekt u vooraf, dan is de afspraak leidend en blijft er één zinnige vraag over: wat kost mijn rit, van mijn adres, op mijn tijdstip? Die kunt u gewoon stellen, en het antwoord hoort u te krijgen voordat u instapt. Wat wij onderweg verder voor u regelen, leest u op de pagina over onze taxidienst.
Alle genoemde bedragen zijn de wettelijke maxima zoals die per 1 januari 2026 gelden en wijzigen jaarlijks; het zijn geen tarieven van Van Asselt.